Karel Voet's Verbale Exploten


Wild van Slowakije
september 29, 2011, 10:35 am
Gearchiveerd onder: Wild van Slowakije

Voor de meesten is Slowakije gewoon de helft van het oude Tsjecho-Slowakije. De euro werd er nog maar net ingevoerd, er waren zware overstromingen in het voorjaar en naar horen zeggen stikt het er van de zigeuners. Wat zou een mens er in godsnaam gaan zoeken? Er zijn er gelukkig die beter weten. Slowakije is een openbaring. Het is een brok puur natuur in het midden van Europa. Het land bestaat voor een derde uit bos en is bezaaid met bergen, meren, natuurparken en een ongereptheid die zich kan meten met de woeste Schotse Highlands. Reden genoeg dus om de trekrugzak weer boven te halen en de eerstvolgende vlucht naar Bratislava te boeken.

Reclamepanelen

De luchthaven van Bratislava komt blijkbaar net uit de verpakking, iets wat je over de rest van de hoofdstad niet kan zeggen. Bratislava, net zoals de krakkemikkige bus naar het stadscentrum, ademt geschiedenis. Prachtige gebouwen bestrooid met een snufje vergane glorie wisselen af met pittoreske pleintjes vol fonteinen en standbeelden, met duiven en hun behoeftes incluis, verdacht veel groen en totaal misplaatste reclamepanelen groter dan een gemiddeld Belgisch huis. Bratislava loopt over van die heerlijke nonchalance typisch voor deze kanten van Europa. De stad leeft. Overal zijn mensen. Een gezellige drukte stuwt de bus naar het Centraal Station, waar volgens een ietwat vreemd ruikende local een echte Rolex nog goedkoper is dan de treinkaartjes.

De rit van zes uur in een boemeltrein zonder airco waar iedereen je zit aan te kijken alsof je van een andere planeet komt is op zijn minst een belevenis. De trein zit stampvol. Het leuke aan de Slowaakse spoorwegen is de mogelijkheid om een paar euro’s meer te betalen voor je ticket en zo een zitplaats te reserveren. Dit wordt uiteraard niet op voorhand meegedeeld aan non-Slowaken dus het blijft altijd spannend of je bij het binnenrijden van een station al dan niet je felbevochten zitplaats zal moeten afstaan.

Goudmijn

“Slowakije is een uitzonderlijk land,” vertelt Mary, een Slowaakse die in Duitsland politieke geschiedenis studeerde. “We hebben een zeer rijke geschiedenis. Slowakije was eeuwenlang een deel van Hongarije, was een satellietstaat onder het Naziregime en tot 1993 maakte het nog deel uit van Tsjecho-Slowakije. We zijn een nieuw land, volop aan het moderniseren. De euro werd hier pas vorig jaar ingevoerd. Slowakije profileert zich, terecht, als een ideale vakantiebestemming. We zijn een onontgonnen goudmijn. De combinatie van natuur en cultuur is uniek, om over de mensen nog maar te zwijgen.”

“De combinatie van natuur en cultuur is uniek”

Die Slowaken heb je in alle vormen en maten, van zwaarlijvige romazigeuners tot netjes geklede zakenmannen. Het is wel in elk geval duidelijk dat de concentratie van paranormaal begaafden (lustig foto’s nemend en er zeker van tegen haar overleden vader bezig te zijn) en accordeonspelers (zonder overdrijven vijf in deze wagon alleen) hoger is dan die in België. Het is pikdonker wanneer de trein stopt in Vysne Hagy, een piepklein dorpje aan de voet van de Hoge Tatra, het hoogste gebergte van Slowakije. De tent wordt opgezet en de slaapzakken uitgerold. Het uitzicht is voor morgen.

De volgende ochtend torent de Hoge Tatra als een enorme muur boven de tent uit. De voet van de Vysoke Tatry, zoals het gebergte in de volksmond wordt genoemd, is dik ingepakt met verschillende soorten bomen. De steile flanken zorgen er echter al snel voor dat eerst de bomen en dan een ondoorlaatbaar kluwen van struiken het tegen de hoogte moeten afleggen, tot alleen wat karig korstmos nog weet te overleven. Scherpe, met sneeuw bedekte pieken doorprikken het wolkendek en kijken neer op het binnenland. Blikken verstarren, veters worden aangetrokken en de rugzak op de schouders gehesen. Man versus berg, een ongelijke strijd.

Zware klappen

Drie dagen lang deelt de Hoge Tatra zware klappen uit. De kuiten staan strak. Bloed, zweet en tranen worden beloond met ijskoude gletsjermeren, eeuwige sneeuwpret en onstuimige watervallen. De vergezichten zijn ongelooflijk. Een steenarend doorkliefd de koude lucht en enkele gemzen springen verschrikt weg tussen de rotsen. Het betere handen- en voetenwerk is vaak vereist en klimpartijen en afdalingen met niets anders dan een verankerde ketting om je vast te houden zijn schering en inslag. Ruwe rotspaden van nog geen halve meter breed slingeren zich over adembenemende bergruggen van top naar top, de ene al hoger dan de andere. De Slavkovsky Stit (2452m) doet nog een laatste wanhoopspoging en dwingt de weerelementen in het tegenoffensief, maar tevergeefs. Man versus berg, 1 – 0.

Hier en daar, op verschillende hoogtes liggen berghutten verscholen tussen de rotsen en het groen. Deze chata’s zijn een echte verademing, een stukje hemel na de hel van de bergen. Een warm bed, met wat geluk een douche en een portie Halusky (wellicht het meest wansmakelijk uitziende nationale gerecht ter wereld) met een Pivo (bier, dat hier trouwens belachelijk goedkoop is, voor 60 cent heb je een halve liter) is alles wat een man nodig heeft.

“Sommigen sleuren wel 250kg per keer omhoog”

Dat de chata’s een ideale uitvalsbasis zijn voor de iets extremere sportliefhebber is een understatement. “De bergen zijn een paradijs,”  vertelt Dana, de uitbaatster van Bilikova Chata. “Het is een thuis voor mountainbikers en doorwinterde klimmers. Paragliders zweven tussen de bergtoppen en mountainboarders razen langs de flanken naar beneden. Het meest indrukwekkende heeft echter niets met sport te maken. De chata’s zijn hier niet met de auto bereikbaar dus alles wordt te voet bevoorraad. Sommige mannen sleuren wel 250kg per keer omhoog. Gek.”

Accordeonspelers

De gezellig drukke trein tuft, weg van de grens en de Hoge Tatra, Slowakije binnen. De rit (gereserveerde plaatsen, die ezel en zijn steen) is een welkome rustpauze. Geen accordeonspelers deze keer, vreemd. Liptovsky Mikulas ligt naast een groot meer en wordt doormidden gesneden door de grootste rivier van het land, de Vah. De stad heeft er niets beter op gevonden om in een zijarm een spectaculair wildwaterparcours aan te leggen waarop rafters en kajakkers van elk kaliber hun lusten kunnen botvieren.

“Niet voor mensen met een zwak hart”

Wetsuits worden dichtgeritst, zwemvesten strak getrokken. Zes keer het parcours op en af, elke keer opnieuw iets anders. Stijf van de adrenaline en de peddel vastklemmen alsof je leven ervan afhangt. De schuimende stroomversnellingen en een vlijmscherpe onderstroom geselen onophoudelijk de rubberboot. In of uit de boot, het maakt al lang niet meer uit, zolang de andere kant maar heelhuids bereikt wordt. “Dit parcours is ongelooflijk,” schreeuwt Martin, de raftinstructeur, boven de stroomversnellingen uit. Hij kent het parcours op zijn duimpje en speelt met het wilde water alsof het een puppy is. “Je kan zo wild doen als je wil. De wereldkampioenschappen werden hier al gehouden, het is een thuis voor alle waterwildebrassen van Europa. Het is niet voor mensen met een zwak hart,” lacht hij en wijst naar de oever waar twee lifeguards het water uit iemand zijn longen aan het pompen zijn. Slik.

Klein broertje

De volgende dag lonkt de Lage Tatra, het kleine broertje van de Hoge Tatra (een tien voor originaliteit voor de Slowaken), in de verte. De Niske Tatry gaan met moeite boven de 2000m en zijn daardoor bergen van een heel andere soort. Drie dagen lang heerlijk verdwalen in de levendige pracht van de beboste heuvels en bergen. Verraderlijk oneindige paden omhoog door naaldbossen vol geluid wisselen af met prachtige, zonovergoten plateaus met schouderhoog gras en panorama’s om u tegen te zeggen. Hier en daar ligt een chata verstopt tussen het kreupelhout (10 euro voor een fles cola, iemand?). Schitterende rotsformaties komen en gaan onder streng toezicht van de Chopok (2024m), een kuitenbijter van formaat. Tijdens de afdaling met de kabellift, meer dan verdiend na de afranseling door de Chopok, scheuren BMX-ers via een steil downhillparcours naar beneden. De halsbrekende sprongen en de opspattende bosgrond in de bochten zijn een lust voor het oog. Man versus berg, 2 – 0.

Slowakije is een verademing. Woest en met momenten keihard, maar tegelijk ongelooflijk vriendelijk en zeer uitnodigend. De natuur is gracieus en ongerept, met de beide Tatras als scherpe hoektanden. Het is er heerlijk meedrijven op de lokale cultuur. De officiële site voor toerisme noemt het land ‘a little big secret’, wisten zij even perfect waarover ze bezig waren.

(Reisreportage – November 2010)




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.