Gearchiveerd onder: Met vallen en opstaan - Mucoviscidose in België
Terwijl een gezond lichaam slijm produceert om schadelijke deeltjes en stof uit de longen weg te voeren, maakt het lichaam van een mucoviscidose-patiënt door een genetische afwijking abnormaal taai slijm aan. Dat slijm is een ideale voedingsbodem voor bacteriën, die de longen zo aantasten dat ze op de duur niet meer werken. Mucoviscidose is ongeneeslijk en uiteindelijk dodelijk. Dertig jaar geleden was de levensverwachting voor een mucoviscidose-patiënt gemiddeld vijf jaar. Dankzij de moderne geneeskunde schommelt die nu rond de 35. Elke week komt er in België een kind op de wereld waarbij de erfelijke ziekte wordt vastgesteld. Er zijn in ons land ongeveer 1500 gevallen bekend. Sonja (namen werden uit respect voor privacy aangepast) is 26 en een van die gevallen.
Ze ziet er helemaal niet ziek uit en dat is ook haar bedoeling. “Ik wil niet constant met de vinger gewezen worden. Het is niet nodig om het te verbergen, ik schaam mij helemaal niet, maar ik vind het gewoon gemakkelijk. Het zijn meestal de mensen met wie ik in contact kom die er niet goed mee kunnen omgaan. Je hebt muco’s die een goede familie hebben en die goed omringt worden maar bij mij is dat niet zo. Ik ben het gewoon het wat te verbergen.”
“Op een bepaald moment ging het niet langer en heb ik mezelf bijeengeveegd”
“Ik ben en woon alleen. Ik heb sinds mijn 18 geen contact meer met mijn ouders. Mijn moeder kon heel moeilijk met mijn ziekte omgaan. Ze had kanker en takelde fysiek snel af. Mijn ouders wisten niet echt wat mucoviscidose was, bij mij was mijn ziekte niet direct zichtbaar en dat maakte het voor hen zeer moeilijk om met mijn muco-zijn om te gaan. Mijn moeder is ondertussen overleden, mijn vader is verhuisd en mijn broer heeft hun kant gekozen. Ik was 18, wist maar half wat mucoviscidose was en was enorm eenzaam. Ik ben lang depressief geweest. Ik verwaarloosde mezelf, ik kon me met moeite bewegen en ik moest me zelf laten wassen. Op een bepaald moment ging het niet langer en heb ik mezelf bijeengeveegd. Ik dwong mezelf om weer te gaan trainen en op mijn eten te letten. Met de hulp van enkele vrienden en mijn, ondertussen ex-, vriend ben ik er weer bovenop gekomen. Het heeft me zeer zelfstandig gemaakt. Ik ken een jongen van 23 wiens moeder om de zoveel uur bij hem in het ziekenhuis komt kijken of hij wel gegeten heeft en zijn pillen wel heeft genomen. Ik zou daar nu helemaal gek van worden.”
Fitness
“Ik heb ondertussen veel geleerd over mucoviscidose. Je kan er nu eenmaal helemaal niets aan doen, behalve een beetje in conditie proberen te blijven. Ik ken mijn lichaam, maar soms durf ik wel een beetje te ver gaan. Toen ik na een jaar afwezigheid terug een fitness binnenstapte dacht ik dat het een goed idee was om een personal trainer te nemen. Aan de ene kant wil je versterken, maar tegelijk moet je ook verdikken en genoeg zout in je lichaam hebben. Die uitdaging wou geen enkele trainer aangaan dus ben ik maar op mezelf begonnen. Nu lopen er daar een hoop knappe jongens rond en ik wou me dus van mijn beste kant laten zien op de loopband en op de fiets met het gevolg dat ik drie dagen lang mijn zetel niet meer uitkon. Ik heb mezelf leren kennen met vallen en opstaan, en ik val nog altijd regelmatig.”
“Ik heb mezelf leren kennen met vallen en opstaan. Ik val nog altijd regelmatig”
“Na het afwerken van mijn hogere studies, waar ik trouwens meer examens heb afgelegd in het ziekenhuis dan op school zelf ben ik gaan werken. Dat was echter maar van korte duur. Door mijn statuut als invalide moest ik zodanig veel geld afgeven dat ik minder verdiende dan wanneer ik zou leven van een uitkering. Het heeft te maken met het feit dat je laat zien dat je nog kan werken. Van tijd tot tijd stuurden ze me op controle en ik moest dan zorgen dat ik zieker was dan de vorige keer of je verloor centen. De hele tijd proberen wij ons zo goed mogelijk te houden, we rapen ons constant bij elkaar maar als het op geld aankomt moeten we echt keiziek zijn. Het is heel oneerlijk. Maar ik kan echt niet stil zitten, ik moet iets te doen hebben en nu doe ik dus vrijwilligerswerk.”
Kapot
“Ik kan erg sarcastisch en koppig zijn, wat het voor mijn vrienden niet altijd gemakkelijk maakt. Relaties zijn nog een pak moeilijker dan vriendschappen. Negen maanden geleden is mijn relatie van tien jaar stukgelopen. Hij wist waar hij aan begon maar er veranderd zo enorm veel. Mensen beginnen aan kinderen te denken, aan samenwonen, aan investeren in een toekomst en voor een muco ligt dat heel moeilijk. Ik was er kapot van. Ik heb ook een kinderwens, enorm zelfs. Ik had echt het gevoel tien jaar van mijn leven kwijt te zijn. Kon hij dat nu niet vroeger bedenken? Dan had ik misschien nog iemand anders ontmoet.”
“Je weet nooit waar je aan toe bent”
“Je moet heel erg veel kunnen verdragen om samen te zijn met een muco denk ik, we zijn erg koppig en eigenwijs. Elke muco heeft op een bepaald punt wel relatieproblemen. Ik ken een hoop koppels van rond de 25 jaar die met dezelfde relatieproblemen kampen. Durf je als koppel de stap te zetten? Je kan het risico nemen, maar je weet nooit waar je aan toe bent.”
“Als je jonger bent kun je gemakkelijker dingen doen, alles gaat vlotter, je kan jezelf aanpassen om een relatie te laten werken. Nu heb ik daar allemaal geen zin meer in. Als ik nu nog iemand zou ontmoeten moeten ze me nemen zoals ik ben, en ik denk dat niet gemakkelijk is. Zo heb ik onlangs nog een date gehad. Ik leerde een jongen kennen in het ziekenhuis. Hij kende mucoviscidose niet en ging lezen en rondvragen bij de dokters. Op een of andere manier zag hij het toch werken. Het was allemaal heel erg leuk totdat ik hem meenam naar Adem. Ik kan iemand rustig laten kennismaken met mucoviscidose maar de film is echt een zeer harde snelcursus. Hij was enorm geschrokken met alle gevolgen vandien. Hij is wel eerlijk geweest en dat appreciëer ik, maar veel heb ik er niet aan.”
“Ik ben ondertussen al een oude muco en ben de laatste tijd vrij veel ziek. Ik krijg de ene infectie na de andere. Het begint echt wel te wegen. Ik begin nu echt na te denken over een longtransplantatie. Vanaf je op 40 procent van je longcapaciteit zit beginnen ze stilletjes aan over een transplantatie te praten. Het is geen gemakkelijke keuze. Een transplantatie klinkt logisch maar is het verre van. Je moet een hele reeks testen ondergaan vooraleer je al in aanmerking kan komen voor een paar nieuwe longen en een keer de operatie achter de rug zou zijn moet je nog het geluk hebben dat je lichaam die vreemde longen niet afstoot. Ik heb het laatste jaar nog niet van een geslaagde transplantatie gehoord. Er zijn zoveel risico’s aan verbonden dat de meeste muco’s een transplantatie dan ook zo lang mogelijk uitstellen. Je begint na te denken over je leven, je gaat je grote vragen gaan stellen. Heb je alles gedaan wat je wou doen? Had je leven eigenlijk wel zin? Maar aan de andere kant wil ik helemaal niet stoppen met leven… De onzekerheid is enorm.”
Optellen
“Ik denk veel na over de dood, ik kan ook niet anders. Een leeftijd is onmogelijk te voorspellen. Ik ken veel jongere muco’s die er erger aan toe zijn dan mij. Jolien was 14, Jacob 23… Je kan daar echt niet realistisch over nadenken. Ik voel het vooral als ik jarig ben. Vroeger was ik echt blij dat ik er nog een jaartje bij kon optellen, nu ben ik al een pak minder enthousiast. Ik ben oud aan het worden. Het is alsof je het dichterbij voelt sluipen. Ik kan niet anders dan daar soms nogal licht en sarcastisch over te doen. Ik probeer mijn leven dat ik heb er niet door te laten verpesten. Ik blijf lachen.”
(Human Intrest Interview – Oktober 2010)
Gearchiveerd onder: Festivalspecial RifRaf
Een selectie uit de festivalspecial die ik schreef voor RifRaf. Het zijn voorbeschouwingen vergezeld van wat praktische info die samengingen met een volledige line-up.
Rock Werchter – 30 juni t/m 3 juli – Festivalpark Werchter
Als het op Rock Werchter aankomt zijn er drie mogelijkheden. OF je hebt je ticket logischerwijs al maanden op zak, OF je was een nanoseconde te laat om er een op de kop te tikken en je bent nu erg aan het twijfelen om op de zwarte markt je lever in de ruilen voor zo’n felbegeerd ticket, OF je bent verdwaald in de woeste jungle van hartje Borneo. Organisator Herman Schueremans lokte ook dit jaar weer een resem ronkende namen naar het nu nog groene gras van de festivalweide. Jankende gitaren en pompende beats, drum ’n bass en oldschool metal, internationale ultratoppers en Belgisch kruim, de affiche barst bijna uit zijn voegen. Als vanouds staan de grote kleppers op de Main Stage. The Chemical Brothers, Coldplay, Arsenal, Kings Of Leon, Linkin Park, The Black Eyed Peas, Queens Of The Stone Age en Iron Maiden zijn van plan de pannen van het dak, euh, de boxen van de stelling te spelen. Wie even wil wegvluchten van de met een beetje geluk brandende zon kan terecht in de Pyramid Marquee voor wat afkoeling en nog meer leuke muziek. Beady Eye, The Subs, Goose, Chase And Status, Underworld, Robyn en Fleet Foxes, dus feest verzekerd!
Als je nu denkt van goh, ik zou wel eens naar Rock Werchter durven gaan, die festivalspecial in RifRaf heeft me overtuigd, dan ben je grandioos te laat. Zoals altijd vlogen de combitickets én de dagtickets de deur uit. Drank- en eetbonnen zijn al een pak interessanter voor trotse ticketbezitters. Je betaald op de weide 2,50 euro voor één bon maar als je op voorhand online bestelt is dat maar 2,35 euro. Reden genoeg dus om je computer eens aan te zetten. Campingtickets, een heel ander verhaal, zijn apart aan te kopen en sinds dit jaar verkrijgbaar in twee verschillende edities. Camping regular geeft je voor 18 euro een slaapplaatsje op een camping naar keuze tussen donderdagochtend en maandagmiddag. Camping XL zorgt ervoor dat je al op woensdag, een dag vroeger dus, kan afzakken naar Werchter en een plaats kan bemachtigen op een camping vlak bij de festivalweide. Let wel, de oplage is beperkt hiervan is beperkt en je kan enkel online bestellen! Zoals elk jaar geld je festivalticket ook als vervoersbewijs voor trein en bus van en naar Werchter. Have fun!
www.rockwerchter.be
Graspop Metal Meeting – 24 t/m 26 juni – Dessel
Eind juni trekken alle liefhebbers van steen en metaal steevast richting Dessel voor één groot, verschroeiend feest. Lang haar, een bezweet bovenlijf, skintight jeans, bier links, sigaret rechts en ogen die kater schreeuwen, op Graspop valt de doorsnee metalfan voor één keer niet zo hard op. Wat wel opvalt is de fantastische sfeer en de superstrakke affiche. Er zijn gitaren in alle soorten en maten. Lekker oldschool rocken met The Scorpions, Ozzy Osbourne en Whitesnake, zwaarder metaal dat uit alle macht je trommelvliezen terroriseert, met Slipknot, Arch Enemy, Avenged Sevenfold, Cavalera Conspiracy en Iced Earth als vaandeldragers en heerlijk stoere hardcore met Parkway Drive, Terror en Heaven Shall Burn. Overgiet het geheel met liters bier en het vettigste eten van de hele festivalzomer (we kunnen wel stellen dat er niet veel mensen aan het fruitkraam zullen staan) en je hebt een festival dat zijn weerga niet kent.
Voor 76 euro mag je één dag rondhossen op de festivalweide en voor 146 euro mag je dat drie dagen lang. Je ticket is direct ook goed voor de treinrit heen en terug. In tegenstelling tot andere festivals is camping inbegrepen in je ticket. Die camping is trouwens ook een geval apart. Als de festivalweide elke dag na de laatste shows afgesloten wordt, kan je gewoon blijven feesten op de 24u-zone tussen de weide en de camping. It’s a festival that never ends! Fans van de zwaardere gitaar, ga en verenig u!
www.graspop.be
Dour Festival – 14 t/m 17 juli – Festivalterrein, Dour
In het mooie jaar 1989 besloten enkele jongens uit het pittoreske Waalse dorpje Dour iets te doen aan de Vlaamse dominantie op festivalvlak. Met ‘wat zij kunnen, kunnen wij ook’ als motto organiseerden ze Dour Festival en kijk, enkele jaren later vormen ze samen met Pukkelpop en Rock Werchter de Belgische festival top drie. Meer dan 130.000 bezoekers per editie en sinds 2005 steevast uitverkocht, op enkele dagtickets na. De organisatie heeft met andere woorden niet stilgezeten. Dour Festival profileert zichzelf als European Alternative Music Event en gaat er prat op de bezoeker vier dagen lang, meer dan 200 bands gespreid over vier podia voor te schotelen. Grote kleppers en pareltjes ontsproten uit de duisterste spelonken van muziekland, je vindt het er allemaal, badend in een heerlijke zomerse sfeer. Heerlijk genieten van goede muziek, een frisse pint in de hand en het vooruitzicht op zo’n heerlijk vettige pitta. Waar wacht je nog op? Wat meer praktische info? Ah, ok!
Dour ligt in Henegouwen, vlak bij Bergen. Kamperen geblazen dus, kwestie dat elke dag van en naar het festival pendelen vrij nutteloos en vooral tijdrovend zou zijn. Van woensdag 13 juli om 16u tot maandag 18 juli, 12u kan je op de camping terecht. Campingtickets moet je tegelijk met je festivaticket bestellen, wat flink wat mogelijke prijscombinaties mogelijk maakt. Even een overzicht. Tickets bestellen doe je online of in de bekende voorverkooppunten. Een combiticket voor vier dagen kost je 100 euro en 17 euro voor het kamperen. Dagtickets gaan voor 50 euro over de toonbank en voor een plekje op de camping voor de daaropvolgende nacht tel je 10 euro neer. Met de trein heen en terug is de beste optie, let wel, het treinticket is niet inbegrepen in je festivalticket! Hup!
www.dourfestival.be
(April – Mei – Juni 2011)
Gearchiveerd onder: CD-Recensies RifRaf
Een selectie uit de hele resem recensies die ik schreef voor RifRaf, trouw aan de huisstijl van maximum 180 woorden per tekst.
Bowie Peru – ‘On Top Of A Mountain We Are All Snow’
Vier nummers staan er op de eerste EP van het vijfkoppige Bowie Peru. Of dit genoeg is om ons te overtuigen, is de grote vraag. De sound van de band zit alleszins snor. als we er echt een stempel op moeten duwen zullen we het maar stonerpop noemen. Strakke gitaarmelodiën, heerlijk duwend drumwerk gecombineerd met een duidelijke structuur en een zangeres met een pilaar van een stem . Toch is er iets vreemds aan de hand. Op een of andere manier klinkt het geheel een beetje leeg, té omsloten. Al dat potentieel, want dat is er meer dan zeker, dat gespannen zit te wachten op zijn kans om los te breken. ‘Once Bitten, Twice Shot’ is een mooie breakoutpoging, maar komt net tekort. Bowie Peru is net wat te braaf, en in dit genre is braaf geen optie!
Cloon – ‘Mostly Harmless’
Gooi wat bandleden van Faith No More, Primus en System Of A Down op een hoop, ga er lekker met een zware betonmixer doorheen en probeer ze dan ergens in Gent weer samen te lijmen. Het resultaat: Cloon. Het geluid dat Cloon door de boxen jaagt is op zijn minst uniek te noemen. Strak gitaarwerk, funky baslijnen en een heerlijk pompende drum scheuren snel en hard je oren binnen om de weg te plaveien voor die fantastische, gestoorde stem van Tom Claus. De energie en de eigenzinnigheid, die ondertussen uit je cd-speler aan het druipen is, grijpen je van de eerste tot de laatste seconde met beide handen stevig bij de keel. Er zijn geen mindere nummers, alles blaast je omver. Mostly Harmless is een wilde achtbaanrit door een circus of horror, een snoeiharde trap in je edele delen, een dijk van een plaat!
Kentucky Dare Devils – ‘Yes But No’
De roots van het Tieltse Kentucky Dare Devils ligt ergens verborgen in de obscure jaren ’90. Gelukkig geen foute technobeats, maar wel heel lekkere rock ’n roll, strakke solo’s incluis. Bruise My Body is echt een cool nummer, het rockt langs alle kanten. Ook Titelsong Yes But No weet volledig te overtuigen. Vette, sleazy riffs en genadeloos drumwerk kunnen echter niet verhinderen dat de zes nummers niet echt blijven hangen, hoewel dat eerder de schuld van het genre is, dan van het talent en het potentieel van de band. Triggerfinger is momenteel heer en meester in het genre en duldt geen oppositie. We kennen de klank, het is al eens gedaan. Al bij al is het een zeer goede aanloop naar het vinden van een eigen sound en een keer ze die gevonden hebben mogen de Vlaamse podia gaan uitkijken.
Young Legionnaire – ‘Crisis Works’
Wat krijg je als je bandleden van Bloc Party en The Automatic samengooit, goed shaked (not stirred) en loslaat in een studio? Juist ja, Young Legionnaire en hun debuut Crisis Works. De driekoppige formatie koos voor een heel andere sound dan we van ze gewend zijn. Variatie is goed, denk je dan, maar toch… Opener Twin Victory is een dijk van een nummer. Vette stonerriffs, stevig uptempo drumwerk en een heerlijke britpop-in-overdrive-stem, dat belooft! Young Legionnaire neemt ons vanaf dan mee op een achtbaan die jammer genoeg al over haar hoogtepunt heen is. Hier en daar een geniale riff, een coole bridge, maar niet genoeg om de nummers samen te houden. Songs als Blood Dance, Mortgage Rock en Black Lions zijn leuke nummers, maar in je hoofd blijven plakken doen ze niet. Elk nummer klinkt anders, maar niet op een goede manier. Ze zijn echt nog op zoek naar een eigen sound, maar een keer die er gaat zijn… Watch out!
Bacon Fat – ‘The Art Of Freedom’
Wow, wat een lekkere rock ‘n rollplaat! Vier jaar lang zijn ze aan hun derde bezig geweest, maar wanneer je deze schoonheid in je platendraaier duwt, weet je waarom. Af, af, af! Heerlijke bluesy gitaarlijnen, een drummer die weet hoe hij een stok moet vasthouden en een stem die perfect het geheel omkaderd. De jongens van bacon fat hebben goed naar ZZ Top, Motörhead en alle andere grootheden uit de rock ’n roll geluisterd en hebben er op een zeer mooie manier hun eigen ding van gemaakt. ‘Play With Feel’, ‘Sevcan’, ‘You Can Do It If You Want It Bad Enoug’h, ‘Liberty Bell’ en het verassend jazzy ‘Art 1: We Shouldn’t Do That’ bewijzen dat goede ouderwetse rock ‘n roll nog altijd het hardst rockt van allemaal!
(April – Mei – Juni 2011)
Gearchiveerd onder: The Rott Childs, rotkinderen met een missie
The Rott Childs – ‘Riches Will Come Thy Way: A Musical’
Toen in 2009 El Guapo Stuntteam er een punt achter zette, fladderde iedereen het nest uit. De een landde bij The Vermin Twins, twee anderen werden Sore Losers. Gitaristen Chuck en Jethro waren echter verre van klaar met de hardere noiserock en stampten The Rott Childs uit de grond. Ze sleepten Rise And Fall drummer Wim achter hun drumkit en lieten Mauro’s bassist Younes dubbele uren draaien, en met welk resultaat! Vette nummers die je stuk voor stuk van je sokken blazen. Chaos is een kunst. Het is een plaat vol variatie en een subliem geluid. Nooit gedacht dat een gitaar zo heerlijk vuil kon klinken. Met ‘Secret Handshake’, het strakke ‘HAARP’, en swingnoise (daar heb je een woord dat je nog eerder las) topper ‘Mass And Matter’ leveren The Rott Childs een visitekaartje af dat kan tellen. Geef die mannen een podium, nu!
Uit de as van El Guapo Stuntteam verezen The Rott Childs, een snoeiharde feniks die maar één doel voor ogen heeft: muzikaal kont schoppen. Hun debuut ‘Riches Will Come Thy Way: A Musical’ blies zowat de cd-speler op de redactie kapot.Een telefoontje naar de jongens van The Rott Childs (met de vraag wie er nu die nieuwe cd-speler gaat betalen) kon dus ook niet uitblijven. Ik bel met Jethro en Chuck, de twee gitaristen en bijna onmiddellijk is de (nog rokende) cd-speler vergeten.
Een Vermin Twin, twee Sore Losers, en jullie nu The Rott Childs, er is duidelijk leven na El Gaupo Stuntteam. Hoe is de band ontstaan?
Chuck en Jethro: “We hebben altijd samen nummers gemaakt, altijd samen blijven spelen, zelfs na El Guapo Stuntteam. De rockmuziek was duidelijk nog niet klaar met ons. We hadden zoveel ideeën om echt scheve muziek te maken dat we echt geen enkel excuus konden verzinnen om geen nieuwe band te beginnen. Uitkijken naar andere muzikanten was de logische volgende stap. Wim had naast Rise And Fall wel zin in een zijproject, Younes kwamen we toevallig tegen en voor we het wisten waren The Rott Childs een feit.”
Andere ex-guapo’s gingen de zachtere toer op of ruilden rock zelfs voor een mengtafel. Zijn jullie het hardere werk nog niet beu?
Chuck en Jethro: “De energie, het geluid, de snelheid, we kunnen ons echt fysiek uitleven met onze muziek, eens lekker hard over een podium scheuren. We hebben meer dan voldoende om kwaad over te zijn. Gitaren geselen begint een full-time job te worden, zeker nu we nog daar nog de juiste leeftijd voor hebben. We zijn nu al jazz aan het leren, dan kunnen we over tien jaar op een andere manier ass kicken.” (lacht)
De cd is niet direct alledaags te noemen, waar halen jullie de inspiratie vandaan?
Chuck en Jethro: “The Rott Childs zitten vol frustraties en die moeten er op een of andere manier uit. De rondzwevende ideeën doen onze schedel bijna barsten. We zijn gek op muziek, we kunnen niet zonder en als we samen spelen wordt dat gevoel nog een paar niveaus hoger getild. Oogcontact is genoeg om elkaar te verstaan, wehebben elkaars bedoeling direct door en snappen direct welke richting we op willen. De inspiratie halen we uit beelden die in onze hersenkronkels rondsluipen. Een jazzmuzikant die aan de piano zit, een fantastisch idee krijgt, rechtspringt en van de trap valt. Dat beeld, dat gevoel proberen we dan in onze muziek te verwerken. Inspiratie halen bij andere bands daar doen we niet aan mee. We houden wel van de ideeën achter andere muzikanten of bands, zoals Thelonius Monk of Captain Beefheart, maar we gaan nooit proberen zo te klinken. We klinken als The Rott Childs, and that’s that!” (lacht)
Waar komt de naam vandaan?
Chuck en Jethro: “De Rothschildts waren een rijke bankiersfamilie uit begin 20e eeuw. Een superlouche familie die een pak touwtjes in handen had. We zijn grote geschiedenisfanaten en dat was echt een heerlijke periode. Stinkend rijke industriëlen die alles in het werk stelden om de boel zo zwaar mogelijk te verkloten, fantastisch! We hebben vaak zulke beelden voor ogen als we muziek schrijven. Ongelukken met wetenschappers, ontploffende machines, een stel rotkinderen dat de boel stiekem saboteert, een rijke gozer die door een vernield post-apocalyptisch straatbeeld loopt te zingen en fluiten. We zoeken graag de contradictie op, lekker smerig is ons motto. Zo maken we ook muziek. We vinden een coole gitaarriff, werken die uit en zoeken dan een volgend stuk om de boel kapot te maken. Echt vet om iets goed te laten volgen door iets volledig anders, soms echt slecht. Die wisselwerking is fantastisch.”
Animals vs Meggido, HAARP… Wat voor moois zit er achter de songtitels?
Chuck en Jethro: “Animals vs Meggido en People vs Meggido is inderdaad een beetje van een doordenker. Meggido is een vlakte in Palestina waar volgens de voorspelling de apocalyps zou/zal plaatsvinden. We spelen graag met betekenissen en achterliggende ideeën en met de nogal doomy aard van het eerste en laatste nummer konden we het niet laten om er wat einde der tijden in te steken. (lacht) HAARP is dan weer een ander verhaal. Het staat voor High Frequency Active Auroral Research Program, een idee van Tesla, onze favoriete wetenschapper, ergens begin de 20e eeuw. Het idee was en is om met geluidsgolven op een superhoge frequentie de natuur te manipuleren, om aardbevingen en tsunami’s op te wekken of zelfs mensen te controleren. Wat een vet idee, wij zouden maar wat graag mensen manipuleren met onze muziek. We kunnen dan weer wat muzieksmaak de wereld insturen. Helaas, Lady Gaga, your reign in over!” (lacht)
Volgen jullie het wel en wee in muziekland?
Chuck en Jethro: “We kunnen de mainstreammuziek niet echt volgen en hebben het eerlijk gezegd wat opgegeven. Er is muziek genoeg en met al die goede oude muziek die we nog moeten ontdekken hebben we geen tijd om ons met de muziek van nu bezig te houden. Het laatste ‘nieuwe’ dat we echt goed vonden was Blood Brothers of de vroege The Mars Volta, dusja…”
Zijn jullie in het echte leven ook zo’n lawaaimakers?
Chuck en Jethro: “Wij zijn rustige jongens, onze drummer daarentegen is van een ander kaliber. (lacht) Bij de hardcore van Rise And Fall hoort dat ook een beetje natuurlijk. Wij schreeuwen wel eens onder elkaar maar in het openbaar zijn we engeltjes. We zoeken het rock ‘n roll leven niet op. We trekken ons liever wat terug en leren gitaar spelen, daar heb je meer aan denk ik.”
De cd smeekt om live gespeeld te worden, zijn er al grote plannen?
Chuck en Jethro: “We hebben nu een tiental gigs gepland, waaronder Pukkelpop dus we mogen zeker niet klagen. We azen totaal niet op succes en aandacht van de media, dat deel hebben we al gehad met El Guapo Stuntteam. De muziek zelf staat nu centraal, we willen onszelf muzikaal entertainen. Touren gaan we zeker niet uitsluiten, een leuke reeks optredens in Zwitserland of iets dergelijks zien we altijd wel zitten, maar we zien het zeker niet groots. Als we met een paar leuke bands op een affiche staan is het voor ons al ok. Het probleem is wel dat de bands die wij echt goed vinden redelijk obscuur of underground zijn dus grote shows zullen het nooit worden.” (lacht)
Zijn er spectaculaire videoclips op z’n El Guapo Stuntteam’s op komst?
Chuck en Jethro: “Een videoclip komt er zeker aan! Het wordt echt leuk, een soort game waar je gedurende het nummer echt kan in spelen. Verder zijn we niet echt met andere media bezig. Soms gooien we wat materiaal online, wat livebeelden ofzo, maar dat is nooit echt gepland. Wie er zin in heeft doet wel wat, maar belangrijk vinden we het niet, het is de muziek die telt!”
De cd in één woord?
Chuck en Jethro: “Goud?” (lacht)
(Mei 2011 – RifRaf)
Gearchiveerd onder: Rock Monsieur IV
Lang genoeg gewacht, op zaterdag 25 juni is het eindelijk zover. Deinze en omstreken snakt al maanden naar die tijd van het jaar dat Jeugdhuis Brieljant, ondertussen voor de vierde keer, wordt omgetoverd tot een stomende muziektempel. De jongens achter de schermen van Rock Monsieur hebben het beste dat Deinse, Vlaamse en in sommige gevallen internationale podia te bieden hebben samen op een affiche geploft, met de bedoeling om zo hard kont te schoppen dat je niet meer kan neerzitten tot de volgende editie van Rock Monsieur. Wat voor lekkers er dan op die affiche staat? Rustig, rustig, het is inderdaad een vraag die op menig persoon zijn lippen brandt en die na lang nagelbijtend wachten volledig kan beantwoord worden. Klaar?
De zevenkoppige brok aanstormend talent uit Deinze, Pleasure Point komt de aftrap geven. Dromerige indierock met een speelse hoek af, perfect om de avond op te warmen en de mensen uit de zon naar binnen te lokken. De schreeuwlelijkerds van Cloon zijn daarna aan de beurt, met maar één intentie: dat pas opgewarmde podium met de grond gelijk te maken. Eigenzinnige metal, strak, hard en zo gek als een oplegger achterdeuren (omdat één achterdeur nu eenmaal niet genoeg is voor deze omschrijving). De retestrakke jongens van Fullcirclebroken volgen en malen de overgebleven ruines van het podium tot een fijn poeder met hun vette sound. Stoer en snoeihard, get ready for an eargasm! Het powertrio Remote Control geeft er daarna een lap van jewelste op met hun rauwe, bluesy rock ‘n roll. Back to the roots en het grootste bewijs dat rock ‘n roll nog lang niet dood is. It’s here to stay and to kick you in the nuts! Get Off My Shoes komt uit Antwerpen en gaat bewijzen dat ze daar niet alleen een grappig accent hebben, maar ook muziek kunnen maken. Een vrolijke mix van pop en postrock en de onmogelijkheid om de voeten stil te houden, de perfecte combinatie. Headliner Bulls On Parade is er een om je petje voor af te nemen. De Nr. 1 tribute to Rage Against The Machine in Europe, heeft Deinse roots en komt graag De La Rocha, Morello en de hunnen eren op vertrouwde bodem. Even strak, even energetisch, even fucking vet!
Na de bands is het de beurt aan de pompende beats van de afterparty. Indeed, Rock Monsieur never ends. White Cross, Drebo en Vièngi blazen de boxen (hopelijk net niet) kapot met hun uiterst dansbare en kom-blijf-gewoon-tot-ze-ons-buitenvegen dj-werk. Woot woot, fiesta!
(Promo – Juni 2011)
Gearchiveerd onder: Gezocht: EXPERT
Tegenwoordig worden experts voor het minste opgetrommeld om hun ongezouten mening te komen spuien in de media. Hoewel ze overal aanwezig zijn, is het kiezen van expert voor een mediamaker blijkbaar geen vanzelfsprekendheid, want dezelfde namen keren vaak terug. Mensen als Rik Torfs of Peter Adriaenssens hebben als expert enige bekendheid verworven en zijn ondertussen meer geworden dan enkel een deskundige, ze zijn echte mediafiguren. Hoe capabel ook, een bekend gezicht staat niet altijd garant voor geloofwaardigheid. Overexposure kills. Waar zijn die alternatieven?
“Weer Rik Torfs, is er nu echt niemand anders?”
“Een expert,” zo zegt Bart Sturtewagen, hoofdredacteur De Standaard, “is een deskundige, iemand die veel weet over een bepaald thema. Het is iemand die door een grote ervaring op het domein een bepaalde gezagswaarde krijgt en dus over een bepaald thema kan worden ondervraagd en een onderbouwde visie kan geven.”
“Het gebruik van experts is noodzakelijk. Ze helpen bij het vormen van een idee, een rode draad binnen een stuk. Ze zorgen voor vaste grond onder de voeten. Als we bij het schrijven van een stuk deskundigen aan het woord laten kunnen we er zeker van zijn dat we ons op de correcte lijn tussen de verschillende visies bevinden. Experts zijn de snelste en de meest betrouwbare weg naar diepgang en een geloofwaardig inzicht.”
“Elke dag dezelfde opinie lezen, daar heeft niemand iets aan”
“Het kiezen van zo’n bron is niet altijd even eenvoudig. Meestal gaan we voor iemand die al eens eerder voor ons of voor andere media als deskundige heeft opgetreden. Er zijn drie punten waar we mee rekening moeten houden. Een logische eerste is kennis. De expertise van iemand binnen een vakgebied is onontbeerlijk. Als tweede kijken we ook naar ervaring. Het is onze mening dat je pas echt voeling hebt met een onderwerp als je er al lange tijd actief met bezig bent. Het derde en laatste punt is echter allesbepalend. Is de expert wel geschikt? Hij mag nog zoveel expertise en ervaring hebben, als iemand een bepaalde zaak niet begrijpbaar kan uitleggen, zoeken we verder. We willen helderheid en duidelijkheid. Komt daarbij dat de expert in kwestie ook nog eens de tijd moet hebben en dan snap je dat het niet altijd even gemakkelijk is iemand te strikken.”
Bekwaam
“Mediageniek zijn is voor ons als geschreven medium niet zo belangrijk, maar ik kan me inbeelden dat ze daar op televisie wel rekening mee houden. Wij kunnen gemakkelijk nog wat zaken filteren, herschrijven of duiden maar op tv moet je er zeker van zijn dat de expert in kwestie meer dan bekwaam is. Sommige mensen zijn perfect voor de rol van expert. Denken we aan Peter Adriaenssens, inzake kindermisbruik of Rik Torfs over de Kerk. Zulke mensen hebben de kennis, de ervaring en zijn gemakkelijk te bereiken voor een reactie. Hoewel we het proberen te vermijden is het zeer gemakkelijk om telkens opieuw dezelfde mensen in te schakelen, zeker met een deadline voor de deur. Op de duur begint die bekendheid, die overexposure echter averechts te werken. Weer Rik Torfs, is er nu echt niemand anders?”
“Op de duur begint die bekendheid, die overexposure echter averechts te werken”
“We proberen dan ook actief te zoeken naar andere gezichten, andere visies. Dat proces begint meestal op de redactievergadering ’s ochtends. Voor de kleinere verhalen durven we al eens terug te grijpen naar vaste namen voor een snelle reactie, maar voor de grote verhalen, die meestal enkele dagen lopen, zoeken we elke dag andere mensen en andere meningen. Dat is ook interessanter om lezen, elke dag dezelfde opinie lezen, daar heeft niemand iets aan.”
Onthechting
“Je verwacht van je expert uiteraard enige neutraliteit, een zeker onthechting. Toch kan iemand die als het ware een kant gekozen heeft ook als expert dienen. Kijk maar naar Sven Mary, een bekende strafpleiter die criminelen verdedigt. Het feit dat hij zogezegd de kant kiest van de crimineel plaatst hem, geeft hem een bepaalde connotatie. Toch kan dat in sommige gevallen zeker geen kwaad. Het is een man met ervaring en een bepaalde stempel diskwalificeert hem zeker niet. Zijn kant van een verhaal kan zeer interessant zijn.”
“We zijn altijd op zoek naar alternatieven. Als hoofdredacteur ben ik zelf niet echt bezig met het schrijven van stukken, dus het is niet mijn taak om experts te zoeken maar ik weet wel dat bijvoorbeeld de expertendatabank bij ons vaak geraadpleegd wordt.”
Expertendatabank
“De Expertendatabank is een gratis initiatief van het ministerie voor Gelijke Kansen,” zegt Johan Papen, redacteur bij Kluwe, de beheerder van de Expertendatabank. “Het is een gratis online databank met de gegevens van meer dan 1100 experts. Het zijn allemaal specialisten binnen soms heel uiteenlopende domeinen.”
“Binnenkort transformeren we naar een proactieve databank. We gaan naar aanleiding van actuele zaken experts ‘aanbieden’ op onze homepage”
“Wat de expertendatabank zo speciaal maakt is dat die beperkt tot een duidelijk omlijnde groep mensen. De experts zijn allemaal vrouw, transgender, allochtoon en/of een persoon met een handicap. De databank bevat ook de gegevens van alle organisaties die werken rond dergelijke thema’s. Vrouwelijke, transgendere, allochtone en gehandicapte specialisten vind je overal in onze maatschappij, toch is daarvan in de media bijna niets van te merken. Het doel van de expertendatabank is om hun zichtbaarheid te bevorderen, om de media de kans te geven om andere gesprekspartners te zoeken en te vinden. Het komt erop neer dat we de stereotype beeldvorming willen doorbreken.”
Privacy
“De databank is niet voor iedereen. Alleen journalisten en programmamakers kunnen deze website raadplegen en alles dient enkel voor journalistieke doeleinden te worden gebruikt. Dit doen we om de privacy van onze experts te beschermen. De databank is zo goed als onbekend bij het grote publiek, maar dat is ook ergens de bedoeling.”
“Het komt erop neer dat we de stereotype beeldvorming willen doorbreken”
“Om opgenomen te worden in de databank stellen we toch wel een aantal eisen. Gestudeerd hebben is een must, net als werkzaam zijn binnen het domein. Ervaring is een pluspunt maar waar het vooral om draait is een grondige kennis van het onderwerp, en dat kan alleen door een intense studie. Met ervaring alleen zijn we niet veel, terwijl het zeker een pluspunt kan zijn. We vragen als bewijs van hun kunnen en hun kennis altijd om enkele publicaties voor te leggen.”
Uitbouwen
“We merken dat binnen het journalistieke wereldje de databank zeer veel gebruikt wordt. We hebben veel bezoekers die zowel voor achtergrondinformatie als voor actuele thema’s op zoek zijn naar experts. Dat heeft ons de mogelijkheid om ons bestand steeds te blijven uitbouwen. We vernieuwen en vullen de databank bijna dagelijks aan. Toch is de databank nog altijd passief. Je zoekt een expert binnen een bepaald domein aan de hand van trefwoorden. Binnenkort transformeren we de databank echter naar een proactieve databank. We gaan naar aanleiding van actuele zaken experts ‘aanbieden’ op onze homepage. We nemen dan een kort interview af van een bepaalde expert over een actueel thema en met dat interview geven we een zoekende journalist of programmamaker al veel meer dan zomaar wat gegevens.”
“De nieuwe VRT-quota om meer vrouwen en allochtonen op het scherm te krijgen is een zeer goed initiatief. Met de Expertendatabank zijn we er natuurlijk als de kippen bij om hierop in te spelen. We sturen mails naar iedereen uit de journalistieke wereld om dit initiatief nog eens extra in de verf te zetten en zijn constant bezig met de mensen bewust te maken dat er genoeg alternatieven zijn voor diezelfde expert die alweer uitleg komt geven.”
Meer kleur en vrouwen op het scherm
Een steekproef die de VRT-studiedienst in 2009 uitvoerde, resulteerde in een onverwacht negatieve vaststelling. Uit de telling bleek dat het aantal allochtonen dat op het scherm kwam, als presentator of journalist, al enkele jaren aan het afnemen is. Ook de balans tussen mannen en vrouwen tilt al enkele jaren de verkeerde kant op. Met de bedoeling daar iets aan te veranderen stelt de VRT zich nu een nieuw doel voor ogen. De nieuwe VRT-quota gebieden dat op korte termijn een derde van de gezichten op het scherm vrouwelijk is en dat 20 procent van de journalisten, nieuwslezers en presentators ‘gekleurde gezichten’ hebben. De manier waarop de VRT dit gaat doen is volgens het hoofd van de VRT-studiedienst Wouter Quartier nog niet duidelijk.
De VRT-Quota krijgen de volledige steun van Vlaams minister van Media Ingrid Lieten. “Ik ben heel blij dat de VRT zelf actie onderneemt om meer diversiteit in zijn aanbod te brengen. De openbare omroep moet een afspiegeling zijn van de maatschappij. Met meer diversiteit maak je niet alleen betere programma’s, je bereikt er ook een grotere groep mensen mee, wat positief kan zijn voor de kijkcijfers.”
(December 2010 – Scoop)
Gearchiveerd onder: The Expendables
Blinkende spierbundels en legendarische one-liners, onaflatende kogelregens, gigantische explosies, liters bloed en rondvliegende ledematen domineerden in de jaren ‘80 de cinemazalen. Arnold Schwarzenegger, Bruce Willis, Sylvester Stallone en hun kompanen werden tot eeuwige roem verheven in actieklassiekers als Terminator, Die Hard en Cliffhanger. Naarmate de jaren verstreken en de hedendaagse actiefilm het toch iets verfijnder aan de dag probeerde te leggen, zochten de actiegoden andere manieren om hun leven zinvol in te vullen. Willis zocht zijn heil in andere filmgenres, Der Schwarz werd zowaar gouverneur van California en Sly ging zelf achter de camera staan. Met The Expendables tovert hij een old-school adrenalinepomper met torenhoge verwachtingen op het witte doek.
Het verhaal is naar goede gewoonte weinig diepgaand, wat alleen in dit genre film als een pluspunt kan worden gezien. Barney Ross en de zijnen zijn huurlingen de tegen een fikse vergoeding de wereld afschuimen om op een zo efficiënt mogelijke manier slechteriken om zeep te helpen. Wanneer ze door een mysterieuze overheidsagent benaderd worden om het eiland Vilena van onder het juk van een bloeddorstige dictator te bevrijden, komen ze in een stroomversnelling van actie, kogels en one-liners terecht.
Stallone, die tegelijk de regie en de hoofdrol voor zijn rekening neemt, dook blijkbaar diep in zijn adressenboekje want de affiche is letterlijk te klein voor alle ronkende namen. De explosieve mix van hedendaagse action hero’s en legendarische veteranen uit het genre maken de film niet alleen een constant festijn van nostalgie, maar tilt door zoveel ervaring het geheel ettelijke niveaus hoger. Dit extravaganza van bekende koppen culmineert in een geniale scene waarin de drie grootmeesters van de actiefilm (Stallone, Willis en Schwarzenegger) voor de eerste keer samen het witte doek doen trillen van opwinding. De uitspraak “What’s wrong with that guy? He wants to be president!” is een instant classic.
De film is in al zijn eenvoud fantastisch opgebouwd. Het magere maar beenharde scenario is het skelet, waaraan alle eyecandy en awesomeness werden vastgehecht. De stunts zijn subliem. Naar aloude gewoonte voerden de acteurs het grootste deel van de halsbrekende (letterlijk te nemen in het geval van Stallone, de opnames lagen een paar maanden stil) toeren zelf uit. Dit samen met de je-van-je-sokken-blazende special effects zorgen ervoor dat je van begin tot eind al kwijlend naar het scherm zit te staren. De gevechten zijn rauw en brutaal. Alles begint rustig en eenvoudig met een simpel pistooltje maar al snel blazen ze zich met een draagbaar kanon door honderden figuranten. Wanneer zowel de goeden als de slechten door hun kogels zijn deinzen ze er niet voor terug om lekker lelijk met elkaar op de vuist te gaan. Deze machines van acteurs doen wat ze het beste doen, en met verve.
Stallone is er verschrikkelijk hard in geslaagd om de old-school actie uit de jaren ’80 terug naar de cinema te brengen. De film stemt niet tot nadenken en heeft geen onderliggende boodschap, wat een welkome afwisseling is van wat normaal draait. De film is hard, strak, no-nonsense genieten van begin tot eind. Popcorn-entertainment om u tegen te zeggen.
(Recensie – Oktober 2010)
Gearchiveerd onder: W.A.S.P - Return to Babylon
Waar W.A.S.P precies de afkorting voor is kan niemand met zekerheid zeggen. De formatie rond frontman Blackie Lawless blijft tot op heden alle naamgerelateerde vragen vakkundig ontwijken. Volgens de geruchten, ontsproten uit de diepten van de heavy metalwereld, zou het staan voor ‘We Are Sexual Perverts’, een mogelijke betekenis die ze te danken hebben aan hun shockerende songteksten en liveshows. De jongens van W.A.S.P waren niet bang halfnaakte dames vast te ketenen op het podium of het publiek te bekogelen met rauw vlees. Nummers als Animal (Fuck Like A Beast) of 9-5 NASTY deden moraalridders her en der luidkeels steigeren. 28 jaar later schoppen ze nog steeds keet op het podium, al laten ze het rauwe vlees en de halfnaakte modellen nu wel achterwege.
W.A.S.P werd in ’82 in Los Angeles opgericht. Samen met andere glamrock-pioniers als Mötley Crüe, Ratt en Quiet Riot, maakten ze de straten van Hollywood onveilig. Het waren de hoogdagen van the Viper Room en the Whiskey A Go Go, van high heels, lipstick and leather. Frontman Blackie Lawless beweert zelfs dat hij geboren werd in de keuken van the Rainbow Bar & Grill, tussen twee optredens door. Blackie, ex-Sister (met Mötley Crüe’s Nikki Sixx) en zelfs ex-New York Dolls, is de enige die nu nog overblijft van de originele W.A.S.P line-up. Hij is ondertussen 54 en opgelapt met liters botox, maar heeft nog steeds de rauwe stem en de attitude, al heeft het rondhuppelen over het podium wel al aan wat kracht moeten inboeten.
Ze trappen de deur in met On Your Knees en L.O.V.E Machine. De schreeuwende gitaarlijnen en pompende drums, overgoten met de opzwepende, rauwe stem van Blackie slaan ons direct terug naar de Sunset Boulevard van 25 jaar geleden. W.A.S.P, bijgestaan door enkele videoschermen waarop constant archiefbeelden van de band worden geprojecteerd, slaat in als een bom. Klassiekers als Chainsaw Charlie,Wild Child, I Wanna Be Somebody en Blind In Texas worden op het scherp van de snee uit de boxen gespuwd. Ook het nieuwe materiaal van hun jongste telg Babylon, de reden van de tour, wordt door het publiek verslonden. W.A.S.P is overduidelijk een liveband, Blackie zoekt constant het publiek op. Ook muzikaal zit het perfect in elkaar. De ervaring spreekt, de goesting, de adrenaline en het zweet druipen van het podium. W.A.S.P kwam, zag en overwon, al hadden we niet minder verwacht.
19 November 2010 – Trix Antwerpen
(Recensie – November 2010)
Gearchiveerd onder: Wild van Slowakije
Voor de meesten is Slowakije gewoon de helft van het oude Tsjecho-Slowakije. De euro werd er nog maar net ingevoerd, er waren zware overstromingen in het voorjaar en naar horen zeggen stikt het er van de zigeuners. Wat zou een mens er in godsnaam gaan zoeken? Er zijn er gelukkig die beter weten. Slowakije is een openbaring. Het is een brok puur natuur in het midden van Europa. Het land bestaat voor een derde uit bos en is bezaaid met bergen, meren, natuurparken en een ongereptheid die zich kan meten met de woeste Schotse Highlands. Reden genoeg dus om de trekrugzak weer boven te halen en de eerstvolgende vlucht naar Bratislava te boeken.
Reclamepanelen
De luchthaven van Bratislava komt blijkbaar net uit de verpakking, iets wat je over de rest van de hoofdstad niet kan zeggen. Bratislava, net zoals de krakkemikkige bus naar het stadscentrum, ademt geschiedenis. Prachtige gebouwen bestrooid met een snufje vergane glorie wisselen af met pittoreske pleintjes vol fonteinen en standbeelden, met duiven en hun behoeftes incluis, verdacht veel groen en totaal misplaatste reclamepanelen groter dan een gemiddeld Belgisch huis. Bratislava loopt over van die heerlijke nonchalance typisch voor deze kanten van Europa. De stad leeft. Overal zijn mensen. Een gezellige drukte stuwt de bus naar het Centraal Station, waar volgens een ietwat vreemd ruikende local een echte Rolex nog goedkoper is dan de treinkaartjes.
De rit van zes uur in een boemeltrein zonder airco waar iedereen je zit aan te kijken alsof je van een andere planeet komt is op zijn minst een belevenis. De trein zit stampvol. Het leuke aan de Slowaakse spoorwegen is de mogelijkheid om een paar euro’s meer te betalen voor je ticket en zo een zitplaats te reserveren. Dit wordt uiteraard niet op voorhand meegedeeld aan non-Slowaken dus het blijft altijd spannend of je bij het binnenrijden van een station al dan niet je felbevochten zitplaats zal moeten afstaan.
Goudmijn
“Slowakije is een uitzonderlijk land,” vertelt Mary, een Slowaakse die in Duitsland politieke geschiedenis studeerde. “We hebben een zeer rijke geschiedenis. Slowakije was eeuwenlang een deel van Hongarije, was een satellietstaat onder het Naziregime en tot 1993 maakte het nog deel uit van Tsjecho-Slowakije. We zijn een nieuw land, volop aan het moderniseren. De euro werd hier pas vorig jaar ingevoerd. Slowakije profileert zich, terecht, als een ideale vakantiebestemming. We zijn een onontgonnen goudmijn. De combinatie van natuur en cultuur is uniek, om over de mensen nog maar te zwijgen.”
“De combinatie van natuur en cultuur is uniek”
Die Slowaken heb je in alle vormen en maten, van zwaarlijvige romazigeuners tot netjes geklede zakenmannen. Het is wel in elk geval duidelijk dat de concentratie van paranormaal begaafden (lustig foto’s nemend en er zeker van tegen haar overleden vader bezig te zijn) en accordeonspelers (zonder overdrijven vijf in deze wagon alleen) hoger is dan die in België. Het is pikdonker wanneer de trein stopt in Vysne Hagy, een piepklein dorpje aan de voet van de Hoge Tatra, het hoogste gebergte van Slowakije. De tent wordt opgezet en de slaapzakken uitgerold. Het uitzicht is voor morgen.
De volgende ochtend torent de Hoge Tatra als een enorme muur boven de tent uit. De voet van de Vysoke Tatry, zoals het gebergte in de volksmond wordt genoemd, is dik ingepakt met verschillende soorten bomen. De steile flanken zorgen er echter al snel voor dat eerst de bomen en dan een ondoorlaatbaar kluwen van struiken het tegen de hoogte moeten afleggen, tot alleen wat karig korstmos nog weet te overleven. Scherpe, met sneeuw bedekte pieken doorprikken het wolkendek en kijken neer op het binnenland. Blikken verstarren, veters worden aangetrokken en de rugzak op de schouders gehesen. Man versus berg, een ongelijke strijd.
Zware klappen
Drie dagen lang deelt de Hoge Tatra zware klappen uit. De kuiten staan strak. Bloed, zweet en tranen worden beloond met ijskoude gletsjermeren, eeuwige sneeuwpret en onstuimige watervallen. De vergezichten zijn ongelooflijk. Een steenarend doorkliefd de koude lucht en enkele gemzen springen verschrikt weg tussen de rotsen. Het betere handen- en voetenwerk is vaak vereist en klimpartijen en afdalingen met niets anders dan een verankerde ketting om je vast te houden zijn schering en inslag. Ruwe rotspaden van nog geen halve meter breed slingeren zich over adembenemende bergruggen van top naar top, de ene al hoger dan de andere. De Slavkovsky Stit (2452m) doet nog een laatste wanhoopspoging en dwingt de weerelementen in het tegenoffensief, maar tevergeefs. Man versus berg, 1 – 0.
Hier en daar, op verschillende hoogtes liggen berghutten verscholen tussen de rotsen en het groen. Deze chata’s zijn een echte verademing, een stukje hemel na de hel van de bergen. Een warm bed, met wat geluk een douche en een portie Halusky (wellicht het meest wansmakelijk uitziende nationale gerecht ter wereld) met een Pivo (bier, dat hier trouwens belachelijk goedkoop is, voor 60 cent heb je een halve liter) is alles wat een man nodig heeft.
“Sommigen sleuren wel 250kg per keer omhoog”
Dat de chata’s een ideale uitvalsbasis zijn voor de iets extremere sportliefhebber is een understatement. “De bergen zijn een paradijs,” vertelt Dana, de uitbaatster van Bilikova Chata. “Het is een thuis voor mountainbikers en doorwinterde klimmers. Paragliders zweven tussen de bergtoppen en mountainboarders razen langs de flanken naar beneden. Het meest indrukwekkende heeft echter niets met sport te maken. De chata’s zijn hier niet met de auto bereikbaar dus alles wordt te voet bevoorraad. Sommige mannen sleuren wel 250kg per keer omhoog. Gek.”
Accordeonspelers
De gezellig drukke trein tuft, weg van de grens en de Hoge Tatra, Slowakije binnen. De rit (gereserveerde plaatsen, die ezel en zijn steen) is een welkome rustpauze. Geen accordeonspelers deze keer, vreemd. Liptovsky Mikulas ligt naast een groot meer en wordt doormidden gesneden door de grootste rivier van het land, de Vah. De stad heeft er niets beter op gevonden om in een zijarm een spectaculair wildwaterparcours aan te leggen waarop rafters en kajakkers van elk kaliber hun lusten kunnen botvieren.
“Niet voor mensen met een zwak hart”
Wetsuits worden dichtgeritst, zwemvesten strak getrokken. Zes keer het parcours op en af, elke keer opnieuw iets anders. Stijf van de adrenaline en de peddel vastklemmen alsof je leven ervan afhangt. De schuimende stroomversnellingen en een vlijmscherpe onderstroom geselen onophoudelijk de rubberboot. In of uit de boot, het maakt al lang niet meer uit, zolang de andere kant maar heelhuids bereikt wordt. “Dit parcours is ongelooflijk,” schreeuwt Martin, de raftinstructeur, boven de stroomversnellingen uit. Hij kent het parcours op zijn duimpje en speelt met het wilde water alsof het een puppy is. “Je kan zo wild doen als je wil. De wereldkampioenschappen werden hier al gehouden, het is een thuis voor alle waterwildebrassen van Europa. Het is niet voor mensen met een zwak hart,” lacht hij en wijst naar de oever waar twee lifeguards het water uit iemand zijn longen aan het pompen zijn. Slik.
Klein broertje
De volgende dag lonkt de Lage Tatra, het kleine broertje van de Hoge Tatra (een tien voor originaliteit voor de Slowaken), in de verte. De Niske Tatry gaan met moeite boven de 2000m en zijn daardoor bergen van een heel andere soort. Drie dagen lang heerlijk verdwalen in de levendige pracht van de beboste heuvels en bergen. Verraderlijk oneindige paden omhoog door naaldbossen vol geluid wisselen af met prachtige, zonovergoten plateaus met schouderhoog gras en panorama’s om u tegen te zeggen. Hier en daar ligt een chata verstopt tussen het kreupelhout (10 euro voor een fles cola, iemand?). Schitterende rotsformaties komen en gaan onder streng toezicht van de Chopok (2024m), een kuitenbijter van formaat. Tijdens de afdaling met de kabellift, meer dan verdiend na de afranseling door de Chopok, scheuren BMX-ers via een steil downhillparcours naar beneden. De halsbrekende sprongen en de opspattende bosgrond in de bochten zijn een lust voor het oog. Man versus berg, 2 – 0.
Slowakije is een verademing. Woest en met momenten keihard, maar tegelijk ongelooflijk vriendelijk en zeer uitnodigend. De natuur is gracieus en ongerept, met de beide Tatras als scherpe hoektanden. Het is er heerlijk meedrijven op de lokale cultuur. De officiële site voor toerisme noemt het land ‘a little big secret’, wisten zij even perfect waarover ze bezig waren.
(Reisreportage – November 2010)
Gearchiveerd onder: Hollywood in Gent
Het 37e Filmfestival van Gent loopt op zijn einde. De jury is na het bekronen van ‘Die Fremde’ als terechte overwinnaar al zijn prijzen kwijt. De grote Filmfestival-banner wordt van boven de ingang naar beneden gehaald en de niet meer zo rode loper is rijp voor het containerpark. Toch bundelt het Filmfestival in een laatste stuiptrekking alle overgebleven voltages en wattages samen en richt al zijn spotlights enkele honderden meters van Ter Plaeten vandaan op een tot de boord gevuld Kuipke. Gent maakt zich op voor de 10e editie van de World Soundtrack Awards.
De World Soundtrack Awards worden wel eens het kleine broertje van de Oscars genoemd. Een passende bijnaam, want net zoals in Hollywood voor alles wat iets betekent in de filmwereld, staan de World Soundtrack Awards met een erg dikke pen omcirkeld in de agenda’s van alle muziek-groten der aarde.
“Een warme, intieme viering van filmmuziek, ongezien in de wereld” - The Hollywood Reporter (2009)
Het schemert in Gent. Het regent al de hele dag onophoudelijk en de beginnende avondspits zorgt voor een ludiek samenspel van flitsende remlichten, impulsief getoeter en op- en neerzwiepende ruitenwissers. Enkele gelukkigen vinden nog een parkeerplaats op een wandelbare afstand van het Kuipke. Terwijl een paar schaduwen in het zeiknatte Citadelpark tussen de plassen en de bomen door laveren op zoek naar de verscholen ingang voor geïnteresseerde bezoekers, rijden aan de andere kant van het gigantische gebouwencomplex de auto’s af en aan en droppen de genodigden rechtstreeks op de rode loper. Eenmaal binnen worden ze professioneel van hun jas ontdaan, de receptie binnengeloodst en voorzien van een glas champagne. De vergelijking met de Oscars blijkt nu al helemaal niet vergezocht te zijn.
Muziekgericht
Het Filmfestival van Gent was altijd al erg muziekgericht. Op zo’n manier zelfs dat ze in 1985 besloten om van ‘de impact van muziek op film’ hun vaste thema te maken. Dit maakte Gent het Mekka voor filmcomponisten en dat leidde ertoe dat in 2000 de pas opgerichte, 40-koppige World Soundtrack Academy voor het eerst zijn Awards uitreikte. Vandaag, 10 jaar later, telt de Academy meer
dan 300 leden en zijn de Awards een uniek en internationaal gerenommeerd spektakel geworden. “De Academy was nog nooit zo productief,” zegt Dirk Brossé, dirigent van het Brussels Philharmonic, componist van onder meer de muziek van Daens en bestuurslid van de Academy. “De Academy verwezenlijkt drie dingen. Eerst en vooral gaan we componisten naar Hollywoodiaans model nomineren en lauweren voor hun prestaties in verschillende categorieën. We organiseren ook het World Soundtrack Concert, waar we volledig live en synchroon met de filmbeelden de muziek spelen van alle winnende componisten. Ook zijn we sinds enkele jaren begonnen met de cd-serie ‘For The Record’, waar we met het Brussels Philharmonic, het vroegere Vlaams Radio Orkest, ieder jaar een gast uitnodigen en zijn muziek vereeuwigen.”
“De Academy is nog nooit zo productief geweest”
In de spelonken van het Kuipke is het een drukte van jewelste. Technici rennen met armen vol kabels voorbij, cameramensen omgorden hun Steadicam en hier en daar zijn groepjes muzikanten hun instrumenten aan het stemmen terwijl ze ietwat zenuwachtig onder elkaar fluisteren. Ondertussen gaat de receptie voor de beau monde van de film(muziek)wereld nietsvermoedend door. Een luide bel galmt plots door het gebouw en doet alle genodigden snel hun glas leegdrinken. Druk pratend schuifelt iedereen door een lange, stijlvol ingeklede gang het voor de gelegenheid tot concertzaal omgebouwd Kuipke binnen. Enkele immer vriendelijke meisjes gaan rond met programmaboekjes en helpen hier en daar mensen hun stoel te vinden. Wanneer de lichten gedimd worden wordt het stil in de zaal. Een luid applaus begroet het Brussels Philharmonic, hun instrumenten glinsterend onder de vele spotlights. Ze worden gevolgd door dirigent Dirk Brossé, die naar aloude gewoonte de Awards opent (en ook zal afsluiten) met een majestueus, speciaal door Elmer Bernstein, de allereerste winnaar van een WSA Lifetime Achievement Award, gecomponeerd muziekstuk. De toon is gezet.
Gerechtsdeurwaarder
“In feite zijn er twee verschillende competities,” vertelt Dirk Brossé. “Elk jaar schrijven we een wedstrijd uit waarin we aan jonge componisten vragen om muziek te schrijven voor een bestaande film, de SABAM Best Young European Composer Award. We kregen dit jaar meer dan 50 inzendingen binnen die beoordeeld werden door vakmensen uit alle verschillende velden van de film- en muziekwereld. Het kiezen van de genomineerden in de andere competitie, onder andere voor die van Film Composer of the Year, is een ander paar mouwen. Het aanbod is enorm. Alle 300 leden van de Academy doen voorstellen waaruit dan enkele favorieten, de genomineerden, gekozen worden. Dan wordt er net zoals bij de Oscars onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder door de hele Academy over een winnaar gestemd die pas tijdens de Awards bekend wordt gemaakt.”
“De mooiste prijs die een componist kan krijgen”
Met luid tromgeroffel, veel applaus en zware woorden wordt, onder deskundige begeleiding van het Brussels Philharmonic, categorie per categorie afgewerkt. Een duidelijk ontroerde Karzan Mahmood krijgt van SABAM-voorzitter Johan Verminnen de prijs voor Best Young Composer. Met tranen in de ogen ziet hij zijn muziek gespeeld worden, perfect synchroon met de hilarische animatiefilm Administrators. De jonge Abel Korzeniowski valt stomverbaasd tweemaal in de prijzen. Hij krijgt de Award voor Discovery of the Year en de Public Choice Award, “de mooiste prijs die een componist kan krijgen, want hij komt van de filmliefhebber zelf”. De film Crazy Heart wint verassend de Best Original Song written for a Film Award maar het is een eveneens ontroerde Alexandre Desplat die hoge ogen gooide bij de Academy en gaat lopen met zowel de Film Composer of the Year Award als de Award voor Best Original Film Score of the Year. Volledig overdonderd komt hij het podium op en omhelst een verraste Dirk Brossé om pas nadien de prijs aan te nemen van Howard ‘Lord Of The Rings’ Shore.
“De keuze is altijd subjectief,” geeft Dirk Brossé toe. “Het is zeer moeilijk om te zeggen wat de allermooiste muziek is, er moet altijd een keuze gemaakt worden. Maar door het feit dat de winnaar gekozen word door leden van de academie, experts op alle vlakken van de filmmuziek, kunnen we er altijd zeker van zijn dat het een verdiende winnaar is. De Lifetime Achievement Award is nog de meest subjectieve Award van allemaal. We kijken wie er in de muziekwereld zijn sporen heeft nagelaten, wie generaties beïnvloed heeft, wie er met kop en schouders bovenuit steekt. Dat gaat logischerwijs altijd gepaard met een hoge leeftijd, de zogenaamde ‘eminences grises’ van het vak. Dit jaar krijgt John Barry de Award, voor onder meer zijn muziek voor alle Bondfilms.”
Betoverend
Nadat alle Awards de deur uit zijn, krijgt het publiek wat tijd om hun applausarm te laten rusten. Een paar enkelingen gaan richting bar om iets te doen aan hun droge keel, maar de rest gaat lustig aan het kussen en het handjes schudden. Iedereen kent schijnbaar iedereen. Het is dit jaar de 10e verjaardag van de World Soundtrack Awards en dat zal iedereen geweten hebben. Het Brussels Philharmonic komt tijdens het nagalmen van de schoolbel weer het podium op en trakteert op een muzikaal 10-gangen diner. Van een aperitief à la Angelo Badalamenti tot Howard Shore’s dessert, alles wordt bijzonder goed gesmaakt. De muziek slingert door het Kuipke, vult het tot de nok en gaat tot diep in zijn fundamenten. Het minutieuze samenspel met de filmbeelden maakt van het gebeuren een betoverend geheel. Filmmuziek op z’n best.
“Muziek is even belangrijk als ademen, eten en drinken”
“Muziek is een allesomvattende levens-behoefte, even belangrijk als ademen, eten en drinken. Muziek is een primaire taal, een middel waarmee je jezelf kan uitdrukken. Het is een fantastische levenspartner, een die soms wel moeilijk doet, een die je soms ’s nachts wakker houdt, maar op het einde een waar je onherroepelijk van houdt. De soundtrackwereld is gigantisch. Niet alleen films, maar ook bijvoorbeeld games hebben nu hun eigen muziek. Het is de enige wereld die verkoopt. De enige wereld waar concerten uitverkocht zijn, in tegenstelling tot klassieke concerten, waar de zalen leeglopen. Het is een wereld in opmars en hij is niet te stoppen, geloof me.”
(Reportage – Oktober 2010)